Vrij in een onvrije wereld

 

Om maar even met de deur in huis te vallen: Jezus stierf niet voor niets aan het kruis. Door zijn sterven mogen we nu vrij zijn. Vrij zijn! Maar leven we ook als vrije mensen? Of zijn we slaaf, van de wereld, van de verlangens en verwachtingen van anderen en onszelf?

 

‘Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’ (Matteüs 11: 28)

 

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ‘werkelijk rust vinden’ is tegenwoordig moeilijk. Sterker nog, we falen daar massaal in. 1 op de 7 werknemers kampt met burn-outklachten. Anderen zijn druk met hun ‘fear of missing out’ en dan zijn er nog die niet meer offline kunnen zijn zonder licht te gaan trillen van onrust. Gelukkig zijn er dan kloosters waar we door middel van stilte-retraites ons op hol geslagen hart kunnen verzorgen. Om vervolgens weer net zo hard opgeslokt te worden door de grote boze buitenwereld. Ik kan u vertellen: zo wil ik niet leven. Ik wil werkelijk rust vinden, in en door alles heen. Maar hoe dan?

 

Loslaten

Loslaten, overgave en vertrouwen. Het lijken sleutelwoorden te zijn in het antwoord op deze vraag. Makkelijker gezegd dan gedaan. Maar toch is dat echt nodig wil je jezelf afhankelijk stellen van God, waarmee die werkelijke rust realiteit kan worden. In de kerk belijden wij onze afhankelijkheid van God, maar in het dagelijkse leven voeren we strijd om onze onafhankelijkheid, onze autonomie, te bewaren. Is er ook een alternatief? Ik ga op onderzoek uit.

 

Burn-out

Allereerst ga ik in gesprek met Hans Bolt, 46 jaar, getrouwd met Rebecca en woonachtig in Amersfoort. Bijna 10 jaar geleden kwamen bij hem alle grote life events tegelijkertijd: hij verkocht zijn restaurant in Den Bosch, beëindigde de samenwerking met zijn zakenpartner, verhuisde naar Amersfoort, trouwde met Rebecca en een paar dagen later werd hun zoon Jonathan geboren. Ondertussen was er ook nog de zorg voor de vijf kinderen uit Rebecca’s eerdere huwelijk en een kind uit Hans’ eerdere huwelijk. Daarbij was het zijn taak om brood op de plank te krijgen.

Na een paar maanden stond Hans huilend voor de koelkast. Nadat hij de rest van de dag gehuild had belde hij de dokter: ‘Er is iets niet goed’. De dokter concludeerde al gauw: je bent zwaar overspannen. Drie en een half jaar zat hij in een burn-out, een ongelooflijk zware periode, vol met zwarte momenten. Zijn grootste angst was dat hij al zijn geld zou kwijtraken en financieel niet meer voor zijn gezin zou kunnen zorgen. Als zelfstandige zonder vast inkomen was dat een reële zorg. Dus hoe langer het duurde, hoe angstiger hij werd.

 

‘Nep autonomie’

‘Ik kon niet meer lezen, mijn pincode niet meer onthouden – ik wist niet wat me overkwam’, vertelt Hans. ‘Mijn lichaam schakelde uit en mijn psyche verloor alle houvast. Alles werd afgebroken. Tijdens de therapie die volgde ontdekte ik dat ik een soort nep autonomie had opgebouwd. Sinds mijn vroege jeugd voer ik op de verwachtingen van anderen, was ik volledig afhankelijk van hun goedkeuring. Pas tijdens mijn burn-out, via een lang therapietraject, heb ik geleerd te zeggen “ik ben prachtig hoe ik ben, ik mag er zijn”.’

‘Ik zie de burn-out als een letterlijke stop van God om mij te redden van de dood. Het klinkt heel dramatisch, maar zo is het wel. Ik zorgde niet goed voor mijzelf. Alle signalen dat het niet goed ging negeerde ik, tot op het moment dat ik ze niet eens meer herkende als signalen. Ik rookte en werkte gewoon keihard door. En waarom? Omdat ik indruk wilde maken, omdat ik geen daadwerkelijke identiteit had. Toen alles afgebroken was, werd het tijd om mezelf weer op te bouwen, dit keer samen met God.’

 

Autonoom èn afhankelijk

Hans ziet autonomie als een positief begrip, als zijn wie je bent onafhankelijk van de goedkeuring van anderen. Maar, stelt hij heel duidelijk, dit gaat wel hand in hand met je afhankelijk opstellen van God. Hans is christelijk opgevoed maar gaandeweg raakte God steeds meer op de achtergrond. Vlak voor zijn burn-out sprak hij uit dat hij God miste en dat hij Hem weer wilde gaan zoeken. Tijdens zijn burn-out werd hij tot drie keer toe geconfronteerd met de Bijbeltekst: ‘Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden’ (Matteüs 6:33): ‘Ik was eerst niet erg enthousiast over deze boodschap. Liever had ik meteen “al die andere dingen”. Met tegenzin startte ik mijn zoektocht, maar uiteindelijk begreep ik steeds meer dat ik in alles volledig afhankelijk ben en mag zijn van God. En in die afhankelijkheid mag ik inderdaad datgene ontvangen wat ik nodig heb.’

 

Dagelijkse strijd

‘Onderhand ben ik weer fulltime aan het werk’, vertelt hij verder. ‘Zonder dat ik onrustig op zoek hoef te gaan krijg ik iedere keer precies op tijd een nieuwe opdracht. Bovendien zit ik hier nu, na zo’n zware periode en een allesbehalve makkelijke gezinssamenstelling met allerlei problematiek, gelukkig getrouwd te wezen. Zonder God hadden we het niet gered. Niet dat alles nu vanzelf gaat, integendeel. Mij afhankelijk opstellen van God is een dagelijkse strijd. Ik ben van mezelf een controlfreak, dus diep in mij wil ik de touwtjes voortdurend in handen houden. Maar dat is niet vol te houden, zo weet ik nu. Bovendien valt er zoveel meer vreugde te vinden in de weg die God wijst’, besluit Hans.

 

Mooi en vrij

Het gesprek laat mij de rest van de dag niet los. Niet zozeer vanwege de heftigheid ervan als wel vanwege dat samenspel van wat hij autonomie noemt en afhankelijkheid van God. Ik blader door een gedichtenbundeltje van Huub Oosterhuis en daarin lees ik:

 

‘Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.

Wie wordt ontmaskerd wordt gevonden

en zal zichzelf opnieuw verstaan,

en leven onomwonden,

aan niets en niemand meer ten prooi.

Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.’

 

Dat is het! In volledige afhankelijkheid van God is er de ruimte om te worden wie je bent.

Mooi en vrij.

 

Vrij in een onvrij lichaam

Daar getuigt ook Jan Blok (67) van, wanneer ik hem de volgende dag spreek in zijn huis in Bunschoten-Spakenburg. April dit jaar stierf zijn vrouw Marga na een ziekbed van 3 jaar aan de ziekte ALS. Hij laat mij de zorgunit zien die in de achtertuin is gezet, verbonden met hun huis. Anderhalf jaar was Marga hier gekoppeld aan alle benodigde apparatuur. Haar lichaam viel uit en voor alle handelingen, ook de meest intieme, had ze hulp nodig. Samen met allerlei thuiszorgmedewerkers en familie gaf Jan haar de benodigde zorg. Het was vernederend, al die mensen aan je lijf. Maar toch: ook al zat Marga opgesloten in een lichaam dat zo onvrij was als het maar kan, ze voelde zich vrij.

 

Een vrede die alle verstand te boven gaat

De kracht die hiervan uitgaat heeft een haast ontnuchterende werking op mij. Zit ik dan met mijn neus in de gedichten. Mooi hoor. Maar je kunt lang of kort mijmeren over overgave, uiteindelijk gebeurt het in de praktijk van alledag. Daarover vertelt Jan: ‘God geeft een vrede die alle verstand te boven gaat. Wij mochten dat elke dag weer ervaren. Wat we daarvoor deden? Niets, het werd ons gegeven. Marga is altijd vol vertrouwen geweest, wat maakte dat het voor mij ook draaglijk was. Ze heeft nooit aan God getwijfeld en altijd gezegd: “Ik respecteer de Heer hierin, ook al snap ik niet dat dit allemaal moet gebeuren”. Ze had er vrede mee. Marga heeft altijd die afhankelijkheid gekend. Ze heeft geloven nooit als moeilijk ervaren, vroeger ook niet. Ze was altijd blijmoedig. Dat liep gewoon door toen zij ziek werd. Zelf ervoer ik ook geen opstandigheid, daar ben ik gelukkig voor bewaard gebleven.’

 

Dat is niet zijn hele leven zo geweest, zo vertelt hij: ‘Het klinkt misschien gek, maar ik heb in mijn leven depressieve periodes gekend die ik zwaarder en moeilijker vond dan het ziekbed en zelfs het overlijden van mijn vrouw. Toen ik depressief was had ik het idee dat God er niet was, terwijl ik tijdens de ziekte van mijn vrouw dat geen dag heb gehad. Nu nog niet, hoezeer ik er ook verdriet van heb dat ze er niet meer is.’

 

Werkelijke rust

De rust en overgave die Jan Blok uitstraalt is opvallend. Ik begon mijn zoektocht met de vraag: hoe kan ik werkelijk rust vinden? Tegenover mij zit een man die het lijkt te hebben gevonden, die leeft als een vrij mens, te midden van allerlei onrust. Symbolisch genoeg worden we tijdens het gesprek omringd door zijn klokkenverzameling, die een herrie maakt waar ik nooit aan zou kunnen wennen. Hij heeft er geen last van, uiteraard.

 

Geen zorgen over de dag van morgen

Zo is iedereen verschillend en heeft iedereen zijn of haar eigen kruis te dragen. Maar Jezus maakt geen onderscheid als hij rust en verlichting belooft. Hoe dan? Kom tot mij, zegt hij. Misschien moet je dat niet moeilijker maken dan dat het is, leer ik van Jan Blok. Gewoon elke dag met Hem de dag beginnen, in vertrouwen: ‘Het feit dat je de Bijbel pakt is al die afhankelijkheid’, stelt hij.

 

Bij autonomie heeft hij een negatieve associatie: ‘Het betekent letterlijk dat je jezelf tot wet bent. Daar staat God dus buiten. In afhankelijkheid van God is er geen autonomie meer. God is er om je leven en de wereld te besturen. Afhankelijk zijn van Hem is erop vertrouwen dat alles en iedereen gedragen wordt. In dat vertrouwen geef je je over aan God en hoef je niets anders te doen dan met de dag te leven. Zo hebben wij dat ook steeds gedaan en dat doe ik nu nog steeds. Ik ga mij geen zorgen maken over de dag van morgen. Het is grappig, het staat al eeuwen in de Bijbel. Hoe mooi is het dan om te ontdekken dat het inderdaad werkt, dat je daar rust van krijgt. Hij is er.’

 

Hoe nu dit alles af te sluiten? Niet, denk ik. Dit is niet iets om af te sluiten met een samenvattende en verhelderende conclusie. Mijn leven en uw leven gaat door, rommelig, rafelig en vol uitdagingen. In mijn hoofd klinkt wel een psalm. Het is lang geleden dat ik die heb gezongen. Een amenlied op ‘Hij is er’.

 

Wie heb ik in de hemel hoog

behalve U? Wat zou mijn oog

op aarde naast U ooit begeren?

U kan ik immers nooit ontberen!

Bezwijkt mijn vlees en hart in nood,

U blijft mijn rots, zelfs tot de dood.

Niets is er wat mij van U scheidt,

mijn erfdeel tot in eeuwigheid.

 

Psalm 73 vers 10