“Heschel kan een gids zijn in deze overweldigende wereld”
Filosoof en theoloog Abraham Joshua Heschel (1907-1972) was met zijn werk onderdeel van een nieuwe beweging in het jodendom: van het hoofd naar het hart. Dit najaar komt het boek ‘Morele moed en spirituele durf’ uit, een vertaling van een deel van zijn werk. Bas van den Berg, de vertaler, vertelt hoe Heschel juist nu kan inspireren en activeren.
Toen muzisch theoloog en pedagoog Bas van den Berg (1953) op achttienjarige leeftijd met Heschel in aanraking kwam zette dat zijn begrip van wat waarachtige religiositeit is op z’n kop. Als eerstejaars theologiestudent kreeg van den Berg les van Aschkenasy – de eerste rabbijn die op een christelijke universiteit les mocht geven. Er ging een wereld voor hem open. Heschel was, samen met Martin Buber, de belangrijkste leraar en inspiratiebron voor Aschkenasy: “Aschkenasy was in ons studenten geïnteresseerd. Religie begon voor hem bij het leven, de ervaring en de relatie. Dus het leren daarover begon daar ook – en niet bij de bronnen en verhalen. Dat is Heschel ten voeten uit. Dat blijkt ook uit zijn levensloop. Hij werd geboren in een Poolse Joodse familie van belangrijke chassidische rabbijnen. Hij had in zijn beschermde omgeving kunnen blijven om vervolgens ook een groot rabbijn te worden. Maar hij koos ervoor om middenin de wereld te gaan staan. Tijdens zijn studies en ook daarna, wonend en werkend in achtereenvolgend nazi-Duitsland, Polen, Engeland en Amerika.”
Drie jaar geleden kwam van den Berg op het spoor van de bundel ‘Moral Grandeur and Spiritual Audacity’ en besloot deze te vertalen: “Het belangrijkste wat Heschel mij heeft geleerd is ‘radical amazement’, radicale verwondering. Ik ben in een agrarische omgeving opgegroeid en tot mijn vijftiende heb ik eindeloos buiten gespeeld. Dat levensgevoel is weer naar boven gekomen door Heschel’s manier van schrijven. Zijn woorden zijn zo doorleefd. Bij hem is lichaam, ziel en geest verweven. Het een kan niet zonder het ander bestaan. Het is de kern van de chassidische spiritualiteit, dat Gods aanwezigheid in alles te vinden is. Alles is op een verborgen manier bezield. Overal kan je dus ook zowel lichamelijk, geestelijk als spiritueel veerkrachtiger worden, heler. Heschel neemt je daarbij bij de hand. Het gaat erom je dagelijks te trainen in dat niks vanzelfsprekend is, waardoor je een openheid ontwikkelt voor wat er dan maar op je pad komt. Of dat nu iets verdrietigs, iets moois of beide tegelijkertijd is.”
Ik heb nog nooit van Heschel gehoord. Wat heb ik daarmee gemist; wat is er zo bijzonder aan hem dat je vond dat je zijn werk moest gaan vertalen?
“Zijn taal. Het is een taal die resoneert in mij, mijn hart bereikt. Het is bloemrijk, poëtisch – hij is een van de weinige godsdienstfilosofen die poëtische, metaforische taal gebruikt om ideeën onder woorden te brengen. Dit doet hij op deze manier omdat hij ervan overtuigd is dat de ideeën over God, mensen en de wereld eigenlijk niet in begrippen vallen uit te drukken. In plaats daarvan concentreerde hij zich op verhalen waarin de ervaringen van mensen centraal staan, waardoor je er emotioneel verbinding mee kan maken. Via Heschel ben ik me ervan bewust geworden dat iedere mens een ziel ontvangt als je in contact komt met spirituele bronnen die stromen, die raken. De ziel wordt als het ware wakker gekust op het moment dat je je laat raken door een psalm- of dichtregel. Je ziet hierin hoezeer hij werd geïnspireerd door de mystieke traditie, met name de kabbala. Ik leerde dat de ziel een soort ruimte is waarin dingen kunnen resoneren, en zich gaan verbinden met wat je zelf vindt, voelt of denkt. Er wordt iets tot trilling gebracht. Al met al heeft Heschel mij geholpen om mijn christelijk geloof losser te maken van alle begrippen en woorden die ik daarbij geleerd heb. Om vervolgens met meer liefde en aandacht betrokken te zijn bij de projecten die ik oppak.”
Wat is ‘morele moed en spirituele durf’ voor boek?
“Het bevat essays en artikelen die Heschel schreef tussen 1936 en 1972. Ik heb een selectie gemaakt uit het omvangrijke Engelse origineel en daarbij artikelen uitgekozen die Heschel’s bijzondere manier van verbeelden, denken, spreken en schrijven kenmerken. Zo zijn er artikelen die basale religieuze begrippen zoals vroomheid aanscherpen tot wat hij waarachtige religiositeit noemt. Maar ook artikelen die verslag doen van zijn groeiende betrokkenheid bij en verbondenheid met mensen in de christelijke en seculiere wereld die wilden instaan voor vrede en gerechtigheid op een bepaald gebied. De vertaalde artikelen worden voorafgegaan door een van zijn Jiddische gedichten die hij schreef als reactie op het bekladden en verwoesten van joodse winkels en het vernederen van joodse medeburgers.”
Het is geen lichte kost. Je moet er wel echt even goed voor zitten. Denk je dat het mensen van nu nog wel aanspreekt?
“Heschel neemt ons mee in een levende traditie, dat kun je horen en proeven als je zijn teksten leest. Als je bereid bent om de moeite te doen je daarmee te verbinden, kunnen er nieuwe verbindingen ontstaan. Een nieuwe inspiratie en bevlogenheid. Iets wat beklijft en waar je wat aan hebt in de rest van je leven. Ik zag dat steeds weer gebeuren bij mijn leerlingen, toen ik nog docent was. Nu ik met pensioen ben geef ik nog steeds les en merk ik dat er een toenemende belangstelling is voor dit leren met hart en ziel. In het samen nadenken en spreken komt Heschel’s boek echt tot leven. ‘Heiligen’ is voor hem een sleutelwoord. Hij is voortdurend op zoek naar hoe je in het leven, in de dingen die je doet, in de beslissingen die je neemt, kwaliteit kan aanbrengen. Hoe je leven van waarde kan zijn. Dat kost moeite, daarom moet je je ook met alle aandacht ertoe wenden en je ermee verbinden. Het helpt hierbij om te luisteren naar de verhalen en ervaringen van anderen, zodat je parallellen kan zien en elkaar kunt ondersteunen. Dit boek van Heschel komt wat dat betreft het best tot z’n recht als je het samen met anderen leest. Tegelijkertijd denk ik echt dat er behoefte is aan de taal die Heschel biedt, ook in de persoonlijke geloofsbeleving. Ik zie veel mensen die op zoek zijn naar een taal die hun passie, hoop en angsten kan verwoorden en vertolken. Wat dat betreft biedt Heschel een schatkist aan beelden.”
Hij leefde in een hele andere tijd toen hij dit boek schreef. Is zijn schrijven nog wel relevant in onze tijd en cultuur?
“Een belangrijke rode draad in dit boek is zijn zoektocht naar hoe je ervoor kunt zorgen dat je niet moedeloos wordt, of onverschillig. Het tegenovergestelde van liefde is geen haat, maar onverschilligheid – zei hij. Want als mensen onverschillig worden komen ze niet meer in beweging om zich te verzetten. Dat heeft onze maatschappij op dit moment zo broodnodig. Kleine kernen van een spiritualiteit die ook maatschappelijk relevant willen zijn. Zoals nu bij het kerkasiel in Kampen, bijvoorbeeld. In die zoektocht kwam hij op een tweeledig antwoord. Allereerst: iedere dag op een bepaalde manier ritueel vormgeven. De tijd niet zomaar laten verglijden. Hij heeft zijn leven lang vastgehouden aan alle rituelen die waarachtig joods geloven mogelijk maken, wat samen ging met een huis dat altijd open stond voor anderen. Dat rituele heb ik ook geleerd: ik begin iedere dag bewust, met het lezen van een gedicht. Het tweede deel van het antwoord sluit hierop aan: laat het leven niet voorbij gaan en neem een beslissing als het gaat om waar je je voor inzet. Enerzijds is het dus een kwestie van je ziel voeden, via dat rituele, en anderzijds is het van belang om je betrokkenheid vorm te geven. Dus ja, zijn werk is relevant. Heschel kan een gids zijn als het gaat om hoe we in de huidige enorm complexe en overweldigende wereld samen met anderen wegen kunnen zoeken als het gaat om hoe we authentiek mens kunnen zijn. Hoe we een waarachtig leven kunnen leven.”
Dat klinkt gedisciplineerd, en legt de lat best hoog. Is dat iets waarvan je denkt dat de huidige mens dat nodig heeft?
“Ja, dat denk ik wel. Kwaliteit van leven is iets waar je aan moet werken, iedere dag. Heschel grijpt je een beetje bij de kladden en daagt je uit. Zo grijpt hij vaak terug naar hoe belangrijk het is in de joodse traditie dat ieder mens geschapen is naar het beeld van God. Hij vraagt de lezer: weet je wel wat je zegt als je dat zegt? Hij wil dat ieder mens op zoek gaat naar hoe je in jouw leven een beeld van God kan weerspiegelen. Dat vraagt om innerlijke vrijheid én dat je weet hebt van jouw taak of roeping en de daarbij behorende verantwoordelijkheid. Bij beide fungeert Heschel als een gids, om daarin verder te komen. Alle verhalen die hij heeft verzameld maken voelbaar dat God geen idee is, maar een realiteit kan worden wanneer jij je met die goddelijke energiestroom verbindt. Dat zit er bij hem steeds onder: mens, durf te léven. Durf moedig te zijn. Het boek wat hem het meest beroemd heeft gemaakt heet ‘God in search of man’. In zijn taal: God is een gepassioneerd wezen wiens grote doel de vrijheid en het zelfstandig worden van mensen is. Het religieuze en goddelijke moet tot leven komen in de ontmoeting, in een gesprek, in de ervaring – anders is het betekenisloos.”
Innerlijke vrijheid. Waar moeten we ons van vrij maken?
“Het gaat om een existentieel leerproces waarin je je bewust wordt van hoe jouw opvoeding en opleiding is geweest en waar dat je gebracht heeft. Met het volwassen worden ontdek je dat er allerlei dingen spelen die je dwarszitten en waar je los van moet zien te komen, omdat ze je op een bepaalde manier gevangenhouden. Om daar vrij van te worden heb je hulp nodig van andere mensen. Dit proces kan soms jaren duren. Hij zegt, samen met de filosoof Levinas, dat religieus volwassen worden de opperste vorm van volwassen worden is. Want dan kan je steeds beter onderscheiden wat vrijheid bevordert, en wat het juist tegenwerkt. Geloven is dan dus geen idealistisch spreken en het ontvouwen van een of andere mooie theologie, maar een existentieel spreken waarin dat wat schuurt ter sprake komt.”
Wat voor persoon was Heschel?
“Hij was een gepassioneerde docent; hij kon niet rustig lesgeven. Ik denk niet dat het een makkelijke man was; hij vroeg veel van z’n leerlingen en was niet snel tevreden. Maar in de loop van zijn leven werd hij steeds opener naar de buitenwereld. Hij trad steeds opnieuw uit zijn religieuze leefwereld, om contact te zoeken met de mensen daarbuiten. Hij voelde de drang om dat wat hij geloofde waar te laten worden in contacten met christenen en seculiere mensen. Daarbij ging hij maatschappelijk verzet niet uit de weg. Dat is waar dat existentiële spreken op het scherpst van de snede gebeurde. Hij wist dat hij daarmee vijanden zou maken, maar toch deed hij wat hij nodig vond, want wat er op spel stond was belangrijker dan de weerstand die hij zou oproepen – of dat nu in de eigen kring was of daarbuiten. Omdat hij zijn nek durfde uit te steken, dat is die spirituele durf, kwam hij in contact met Martin Luther King. Hij was een van de weinige joodse leiders die King ondersteunde. Er ontstond een vriendschap tussen hen en Heschel liep ook mee in de mars van Selma naar Montgomery, in 1965. In de voorste rij, dat wilde King graag. Maar maatschappelijk verzet is taai en vraagt veel. Wat hem dan uiteindelijk overeind hield was wat hij ergens de goddelijke tederheid noemt. De geestkracht van God die je af en toe nabij kan komen om je de draag- of veerkracht te geven om door te gaan en niet op te geven. Om niet onverschillig te worden.”
Bio
Bas van den Berg (1953) is muzisch theoloog en pedagoog, verhalenverteller en dichter. Hij is onder meer voorzitter van Stichting PaRDeS, die de veelkleurige, spirituele en culturele traditie van
Joodse wijsheid toegankelijk wil maken voor een breed publiek. In het najaar verschijnt het boek ‘Morele moed en spirituele durf’, waarin van den Berg een selectie essays uit het boek ‘Moral Grandeur and Spiritual Audacity’ van filosoof en theoloog Abraham Joshua Heschel heeft vertaald in het Nederlands.
